Via een koortsboom in Overasselt naar Zuid-Limburg met onze Drenthelaar

Via een koortsboom in Overasselt naar Zuid-Limburg met onze Drenthelaar

Leestijd: 5 minuten

Ransdaal. Na de hagelbuien en koude poolwind wordt het toch nog mooi lenteweer. Niet heel warm, maar droog en regelmatig zon. We besluiten spontaan het weekend te gaan kamperen. We halen de camper ’s avonds op en laden hem de volgende ochtend in met eten en kleren voor twee dagen. De bestemming is Zuid-Limburg. Daar is het ons in november goed bevallen en de omgeving is er zo anders dat we er daar echt even helemaal uit zijn.

Voor vertrek tanken we, checken de gastank en vullen het chemisch toilet voor het eerst. Van de spoeltank blijkt een klein schroefdopje stukgedraaid te zijn. De plaatselijke campingwinkel heeft de onderdelen helaas niet op voorraad. Dan onderweg maar kijken of we ergens een nieuw dopje kunnen vinden. In Apeldoorn zit een campingwinkel die we bellen. Zij hebben het wel op voorraad. Eigenlijk moeten we vier uur wachten vanwege de coronaregels, maar omdat het rustig is en we alleen het dopje willen afhalen, mogen we direct langskomen. We krijgen nog een tip voor een mooie camperplaats mee en rijden dan door richting het Zuiden.

Bij Nijmegen willen we een korte wandeling maken om van het mooie weer te genieten en de benen even te strekken. We stoppen bij de Overasseltse en Hatertse Vennen, een gebied met rivierduinen, ontstaan na de laatste ijstijd 10.000 jaar geleden. De Maas zorgde voor de zandduinen, de Waal voor afzetting van klei waarin het regenwater werd vastgehouden. Zo ontstonden de vele vennen. Halverwege komen we langs de ruïne van St Walrick en de ‘koortsboom’. Hier hangen allemaal lapjes in de boom. Het verhaal gaat dat wanneer een lapje stof van een zieke aan de boom wordt gebonden, de ziekte verdwijnt. Eind 7e of begin 8e eeuw zou Willibrordus gevangen zijn genomen door de heidense rover Walrick. Willibrordus genas de zieke dochter van Walrick, waarna Walrick zich bekeerde en een kerk stichtte. Bij de eik kon men bidden voor de genezing van de zieken (Instituut voor Natuureducatie, z.d.).

Na deze stop vervolgen we onze weg naar Ransdaal in Limburg. Op camping La Dolce Vita ploffen we neer. De kleine boerderijcamping is gastvrij en we krijgen een mooie plek tussen de fruitbomen. De schapen in de stal naast de camping blaten er lustig op los. We kunnen nog heel even buiten zitten totdat het teveel afkoelt en we naar binnen vertrekken. De kinderen van de eigenaars brengen ons verse eieren. Voor het avondeten maken we pasta met de walnotenpesto die ik thuis alvast gemaakt heb:

Groene pasta met walnotenpesto
Ingrediënten:
– 200 gram spaghetti
– 1 courgette
– ½ broccoli, in kleine roosjes
– groentebouillonblokje
– geraspte kaas
– ½ citroen, sap

Voor de pesto:
– 2 handenvol walnoten
– flinke handvol peterselie
– handvol munt
– ½ citroen, rasp
– 2 sjalotjes, fijngehakt
– 2 tenen knoflook, fijngehakt
– peper
– zout
– 60 ml olijfolie

Bereiding:
1. Maak eerst de pesto door de uitjes met de knoflook zachtjes aan te fruiten in een scheutje olijfolie. Laat minimaal 5 minuten op laag vuur karamelliseren. Doe het dan in de keukenmachine met alle overige ingrediënten en laat malen tot een zalvige pesto.
2. Breng water aan de kook met het bouillonblokje. Maak lange slierten van de courgette met een spiraalsnijder. Kook de broccoli tot beetgaar en haal uit de pan. Kook de spaghetti in de bouillon en voeg de courgetti de laatste 2 minuten toe. Giet dan af in een vergiet en zet de lege pan terug op het vuur.
3. Doe een scheutje olijfolie in de pan en verwarm de pesto al roerend kort voordat je de spaghetti erbij doet. Roer flink om de pesto volledig te mengen met de pasta. Voeg dan de broccoli toe en het citroensap (doe eerst een beetje, proef en voeg dan pas meer naar smaak toe). Breng verder op smaak met peper en zout. Strooi er de geraspte kaas over en eventueel nog wat plukjes peterselie.

De volgende ochtend worden we wakker van de kraaiende haan. Omdat het nog fris is ontbijten we binnen met de lekkere verse eitjes. Een uurtje later kunnen we buiten in de zon koffie drinken. Daarna trekken we onze wandelschoenen aan voor een wandeling. In de omgeving zijn maar liefst 16 wandelroutes uitgezet, waarvan er vier vanuit Ransdaal starten. De routes staan aangegeven met gekleurde paaltjes. We wandelen over de glooiende weggetjes met fantastisch uitzicht. Afwisselende akkers, weilanden en druivenranken, omgeven door lage heggetjes. Met de zon die dapper blijft schijnen tussen de wolken door is het heerlijk wandelweer. De jas is al even uit en de trui volgt snel daarna. Overal vrolijken bloeiende paardenbloemen het landschap op.

Achter elkaar komen de wielrenners ons voorbij of tegemoet. Het is hier een walhalla voor deze fietsers. Natuurlijk raken we de paaltjes kwijt, maar door de heuvels zien we gemakkelijk welke kant we op moeten. Denken we tenminste. We lopen een pad omhoog richting de druivenranken die we op de heenweg zagen, waar we verwachten de weg weer op te kunnen. Het blijkt echter alleen naar de druiven te lopen. Door de brandnetels klimmen we de heuvel op en moeten eerst nog langs de rand van een weiland voor we de weg weer bereiken. Maar daar zien we de kerk van het dorp alweer. Het laatste stukje is een smal paadje langs de schapen en zo lopen we het dorp weer binnen. Al met al hebben we 200 meter hoogte overbrugd, hoezo vlak Nederland?

We genieten nog van een relaxte middag en avond. De volgende ochtend breken we de boel weer op om helemaal opgeladen huiswaarts te keren.


Bron:

Instituut voor Natuureducatie. (z.d.). Overasseltse en Hatertse Vennen. IVN. Geraadpleegd op 18 april 2021, van https://www.ivn.nl/afdeling/grave/overasseltse-en-hatertse-vennen-35-of-65-km

Eén gedachte over “ Via een koortsboom in Overasselt naar Zuid-Limburg met onze Drenthelaar

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *