De coronastorm beukt nog even door… hoe gebrek aan inspiratie ook inspiratie geeft

De coronastorm beukt nog even door… hoe gebrek aan inspiratie ook inspiratie geeft

Leestijd: 5 minuten

Lastig. De afgelopen weken worden de verhalen over de gevolgen van de coronamaatregelen steeds negatiever. De nadruk komt meer en meer te liggen op wat de lockdown met mensen doet. De jongeren die hun leven slechts een 5 gemiddeld geven. De ouders van schoolgaande kinderen die het niet meer bolwerken. Niet alleen van de gezinnen die het al moeilijk hadden zonder corona, maar nu ook de huis-tuin-en-keuken-gezinnen waar tot voor kort weinig aan de hand was. De rek is eruit. Ik lees het, ik hoor het en ik zie het. Ik ervaar het zelf ook. Ik wil altijd hoopvol blijven, het licht aan het einde van de tunnel blijven zien of tenminste weten dat het er is ook als je het even niet ziet. Ik wil daarom niet schrijven over corona en de gevolgen, om niet mee te gaan in de herhaling van die depressieve verhalen die het nieuws beginnen te domineren. Maar dat blijkt lastiger dan ik hoopte.

Het is niet dat ik het negatieve wil negeren of ontkennen. Vanaf het begin van de pandemie zie ik de schrijnende situaties waarin veel mensen verkeren. Lang heb ik vanaf de zijlijn kunnen toekijken. Ik voelde me in het midden van een wagenwiel staan in relatieve rust, terwijl om mij heen de spaken steeds wilder ronddraaiden. Ik zie mensen aan de uiteinden van het wiel steeds misselijker worden en voel met ze mee. Prijs me gelukkig dat het me lukt een structuur te vinden om in die as van dat wiel te blijven. Als ik even wegglij op een van de spaken vind ik telkens weer een manier terug naar het centrum te keren.

Voor het eerst in al die tijd voel ik in mezelf een gebrek aan inspiratie. Ik voel me opgesloten. Ik voel een drang om te bewegen, ik wil vrijheid terwijl ik me helemaal niet onvrij voel. De avondklok heeft geen invloed op me, ik kom in deze tijd van het jaar ’s avonds toch al nauwelijks de deur uit. Ik werk gewoon door en ja, online wordt eentonig en ik mis het contact met mijn collega’s buiten de schermtijd. Ik krijg een houten kont van het zitten op mijn bureaustoel, ook al neem ik regelmatig pauzes. Ik zie echter de voordelen van het thuiswerken en hoef niet terug naar elke dag op en neer reizen. Ik ben productiever thuis en het wekelijkse virtuele koffiekwartiertje pakt goed uit. Ik geniet van mijn dagelijkse lunchwandeling door het bos, waar ik me vroeger nooit de tijd voor gunde. Thuiswerken geeft me in die zin meer vrijheid.

Het is misschien de eentonigheid die erin kruipt. Alle dagen zijn hetzelfde. Alles speelt zich in en om huis af. Naast het dagelijkse rondje door het bos doe ik een keer in de week boodschappen in de wijk. Verder kom ik niet. In het weekend lopen we een stuk van het Drenthepad. Dan zie ik even een andere omgeving. Ik ben helemaal niet van het entertaint willen worden, ik kan mezelf goed vermaken. Maar ik mis nu toch wel de afwisseling van af en toe wat anders. Een keertje spontaan ergens lunchen of een bakje koffie drinken na een wandeling. Een rondje door de kringloopwinkel op zoek naar iets of niets. Op de markt slenteren en me lichtelijk ergeren aan alle gesprekken die wederhelft aangaat met jan-en-alleman. Op bezoek bij (schoon)ouders en gezellig mee blijven eten.

Lange tijd miste ik het niet, of kon ik het missen zonder het op me te laten drukken. Alsof ik het miste tijdens een lange vakantie. Je mist het wel, maar je weet dat het tijdelijk is en je aandacht kun je richten op de leuke dingen. Maar nu merk ik dat ik zelf aan het driften ben over de spaken van het wiel. Ik wil niet tegen de stroom in vechten, beter is het om je te laten meevoeren en eruit te stappen op het moment dat je in rustiger water terechtkomt. Ik wil me niet laten meeslepen in die collectieve gedeprimeerdheid die het land lijkt te omgeven. Alsof we langzaam omsingeld worden door de Dementors van Azkaban en ons laten ontnemen van onze ziel. Ik wil liever oefenen op het creëren van een sterke Patronus die de Dementors kan verdrijven.

Ik zie hoe zwaar jongeren het hebben. Ik herken de verhalen die in het nieuws komen. Ik zie mijn eigen kinderen worstelen en stug hun best blijven doen er wat van te maken. De ene wil minder tijd op de telefoon doorbrengen en gaat bij gebrek aan een alternatief dan toch weer op de bank hangen voor de zoveelste Netflixserie. De ander had grootse plannen met reizen, op kamers gaan, rijbewijs halen, maar heeft de afgelopen vijf maanden grotendeels doorgebracht achter het computerscherm met online colleges en gamen. Ik gun het ze zo anders.

Ik zie hoe zwaar mijn man het heeft die zijn creativiteit niet kwijt kan. Die zijn energie haalt uit het contact met andere mensen en zelf merkt dat hij van een elleboogstoot van een kennis al ontroerd raakt. Alsof hij dat kleine beetje energie dat het geeft wil opslurpen in zijn vezels, maar het is slechts een druppel op een gloeiende plaat, het is niet genoeg. Het is daardoor juist pijnlijk omdat het benadrukt wat hij mist en voelt hoe het zou kunnen zijn. Hij doet zijn best, hij blijft doorgaan, maar merkt dat de ideeën opraken, de focus vervaagt. Het is een aaneenschakeling van de dagelijkse structuur die we gezamenlijk dwangmatig vasthouden om niet helemaal af te drijven naar het grote niets.

Ik wilde dit allemaal niet opschrijven, juist omdat het lijkt aan te sluiten bij de bijna fatalistische teneur van dit moment. Ik geloof nog steeds dat het goed komt. Ik heb vertrouwen in onze eigen veerkracht en blijf altijd hoop houden. Na eb komt altijd weer vloed, na regen komt zonneschijn. Ik wil niet meegaan in de massale ineenzakking van het moraal. Ik wil echter ook niet quasi vrolijk erbovenuit stijgen alsof het mij allemaal niet raakt. Ik wil gewoon in het midden van dat wagenwiel mijn rust hervinden. Ik wil hoopvol blijven, me mee laten voeren met de stroming zonder me te laten ondertrekken. Ik wil die stevige takken onderweg zien, zodat ik me daar even aan vast kan houden om op krachten te komen en rond te kijken waar ik ben. Waarna ik me weer in de stroom laat glijden in het vertrouwen dat het water vanzelf rustiger wordt.

Ik wil dansen, rennen, vliegen. Van de duinen rollen. Ik wil bewegen met de wind mee en dan even stilstaan met mijn kop er dwars tegenin. Om te voelen hoe de storm tegen mij aanbeukt en ik ervan geniet met mijn ogen dicht, omdat het me zuivert en mijn binnenste kalmeert.

Dan laat ik die storm maar even beuken. En terwijl ik dit schrijf zie ik de zon buiten schijnen. In de tuin komen groene sprietjes op van de bollen die het afgelopen jaar zijn geplant. Ik zie knoppen aan de takken van de struiken. Nog even en de krokusjes staan weer in bloei. Ik hoor nieuwe ideeën en plannen in de hoofden van mijn gezinsleden.
Gebrek aan inspiratie geeft ook inspiratie.

Bronnen:

Verweer tegen de Zwarte Kunsten. (z.d.). HarryPottersite. Geraadpleegd op 30 januari 2021, van http://harrypottersite.simpsite.nl/verweer-tegen-de-zwarte-kunsten
Wolthuizen, J. (2021, 28 januari). Jongeren worstelen door corona: ‘Perspectief zou helpen’. Het Parool. https://www.parool.nl/nederland/jongeren-worstelen-door-corona-perspectief-zou-helpen~bc3cd984/

7 gedachten over “De coronastorm beukt nog even door… hoe gebrek aan inspiratie ook inspiratie geeft

  1. Lamlendig word je ervan, vooral omdat je buiten niet veel kunt doen momenteel. Ik had gisteren zo’n dag. Ik verveelde me ineens hopeloos. Toen kwam de vraag van de buurvrouw of we op hun 3 maanden oude pup wilden passen.
    Dat deden we! Ik was compleet gevloerd toen ze haar na 5 uur weer kwamen ophalen.
    Het vervelen was ineens over en vandaag gingen we er weer tegenaan
    Het was eventjes compleet wat anders. Je meten met een lieve, vrolijke hond die nog geen puppycursus heeft gehad en die verdomd goed weet wat ze wil of beslist niet wil. Wat meestal niet was wat ik wel of niet wilde. Plus 3x uitlaten in de stromende regen.
    Moe maar opgeknapt gaan we er weer tegenaan!

    1. Haha, ik zie het voor me! Maar zo is het precies, soms heb je alleen iets kleins nodig (of een speelse puppy) om er weer tegenaan te gaan.

  2. Leuk geschreven Anya.
    Je noemt bronnen, zie ik dat terug in je tekst.
    Weet je wat mij verbaast?
    Waarom schrijf je niet over de nieuwe mogelijkheid met de camper ergens heen te rijden en daar een kopje koffie drinken of zelfs een potje koken?
    Groet Kees Stada

    1. De bronnen zijn geen citaten hoor. Ik noem Dementors, die komen uit Harry Potter. En het artikel verwijst naar wat er de laatste tijd in het nieuws is over jongeren en de gevolgen van de coronamaatregelen.

      Bedankt voor de tip over de camper, dat gaan we binnenkort eens doen.

    2. de tip van Kees over de camper: dat hebben we het afgelopen jaar al een aantal keer gedaan met ons busje. Bijvoorbeeld fietsen achterop, iets lekkers meegenomen bij de ter plekke gemaakte koffie, een museumpje bezocht, lunchen bij de bus, na de fietstocht de meegenomen prak opgewarmd en op een mooie plek gegeten, Niks naar een ‘to go’, maar wel alles ‘to take with you’. We kunnen het je aanraden! 🙂

  3. Normaal lees ik jouw stukjes met een opklimmend gevoel van vrolijkheid. En nu ineens dreigt de moed mij ook in de schoenen te zakken! Ik moet kiezen; stoppen met lezen of toch doorgaan…. Ik koos het laatste en zie, het lichtpuntje kwam op het laatst weer boven drijven. Dus toch een fijn stukje dat houvast biedt aan mensen die het niet vanzelf kunnen vinden. Dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *